TER AAR - De rechtbank Den Haag heeft twee verdachten (33 en 40 jaar) veroordeeld voor hun aandeel in een uiterst agressieve bedreiging van een slachtoffer op 10 oktober 2024 in Ter Aar. De 33-jarige verdachte duwde daarbij een vuurwapen in de mond van het slachtoffer, terwijl de 40-jarige verdachte het slachtoffer dreigend toesprak. Ook de namen van de vrouw en dochter van het slachtoffer werden daarbij genoemd. De 33-jarige verdachte krijgt een celstraf opgelegd van 7 jaar en 6 maanden. De 40-jarige verdachte krijgt een celstraf van 24 maanden.

De bedreiging

De bedreiging gebeurde nadat er blokken cocaïne waren gestolen uit de loods van de werkgever van het slachtoffer waar ze kennelijk waren opgeslagen. Uit de aangifte van het slachtoffer blijkt dat hij op 10 oktober 2024 door een onbekende man op een dreigende manier wordt gevraagd zijn legitimatiebewijs te tonen. Daarna wordt hij gebeld door een telefoonnummer genaamd 'Killerzone' en wordt hem opgedragen naar een adres in Ter Aar te komen. Hij moest naast een andere auto parkeren waar vervolgens twee personen uitstapten. Dat zijn de verdachten. Het slachtoffer moest zijn mond opendoen en de 33-jarige verdachte duwde de loop van een pistool in diens mond. De 40-jarige verdachte zei dat dit een waarschuwing was en dat de 'spullen' terug moesten komen. Ook noemde hij de naam van de vrouw en dochter van het slachtoffer. Daarna ontving het slachtoffer opnieuw berichten van 'Killerzone' dat zijn leven aan een zijden draadje hing.

De rechtbank vindt de verklaringen van het slachtoffer betrouwbaar, mede doordat ze worden ondersteund door camerabeelden van de locatie in Ter Aar en een data-analyse van de telefoon van het slachtoffer. Ook stelt de rechtbank vast dat de verdachten inderdaad degenen zijn die het slachtoffer bedreigden, onder meer doordat agenten de verdachten op camerabeelden hebben herkend.

Op 13 november 2024, ruim een maand na de bedreiging, heeft de 33-jarige verdachte een opdracht aangenomen om voor een geldbedrag in de benen van een beoogd doelwit te schieten. Hij heeft op het beoogde slachtoffer gewacht en hem vervolgens achtervolgd. Het beoogde slachtoffer wist te ontkomen waardoor het schieten niet is gelukt.

Oordeel rechtbank

De rechtbank oordeelt dat beide verdachten zich schuldig hebben gemaakt aan de uiterst agressieve bedreiging van het slachtoffer op 10 oktober 2024. Het slachtoffer heeft verklaard doodsbang te zijn geweest. Die gevoelens van angst en onveiligheid vindt de rechtbank invoelbaar. De context van deze bedreiging is gelegen in de georganiseerde, zware criminaliteit en versterkt de indringendheid. Aan de bedreiging ligt een vermeend drugsconflict ten grondslag, waarbij doorgaans gebruik van geweld niet geschuwd wordt. De bedreiging is mede tegen de achtergrond hiervan dan ook buitengewoon ernstig. De 40-jarige verdachte krijgt voor zijn aandeel een celstraf opgelegd van 24 maanden. Uit zijn strafblad blijkt dat hij in 2015 en 2021 is veroordeeld wegens vermogensdelicten tot celstraffen van respectievelijk 9 jaar en 10 maanden. In verband met die veroordelingen was hij voorwaardelijk in vrijheid gesteld. De rechtbank oordeelt dat hij het gedeelte van de vrijheidsstraf dat nog niet ten uitvoer is gelegd alsnog geheel moet uitzitten, te weten 743 dagen.

De 33-jarige verdachte wordt daarnaast veroordeeld voor een poging tot het opzettelijk en met voorbedachte rade toebrengen van zwaar lichamelijk letsel van een ander slachtoffer op 13 november 2024. Tenslotte wordt hij veroordeeld voor het voorhanden hebben van meerdere verboden vuurwapens. De rechtbank vindt voor hem een celstraf van 7 jaar en 6 maanden passend en geboden.


Beide verdachten moeten het slachtoffer een schadevergoeding betalen van in totaal 2000 euro.